REDENEN OM TE KRAKEN

Er kan hier ongetwijfeld geen recht gedaan worden aan het brede spectrum van motivaties om met kraken bezig te zijn. Toch moet er iets gezegd worden over redenen om te kraken. Dan wordt er in het tweede deel van dit hoofdstuk in gegaan op tijdelijke verhuur en anti-kraak omdat niet voor iedereen het verschil van de insteek met die van krakers even duidelijk is.

Reden genoeg!

Een groot deel van de krakers kraakt omdat ze woonruimte nodig hebben. Betaalbare woonruimte is vaak niet beschikbaar wegens de woonnood. Daarnaast kent de hedendaagse woningmarkt bijna geen antwoord op vraag naar bijzondere woonvormen zoals woon-werkpanden of woongroepwoningen. Een korte introductie in die woonproblematiek is hiervoor al gegeven. Wat betreft de bijzondere woonvormen, verderop in dit hoofdstuk wordt hier aandacht aan besteed.

Mensen proberen verder door middel van kraakacties plannen te beïnvloeden of te stoppen. Zo wordt er gekraakt om invloed uit te oefenen op de stads- en wijkvernieuwing. Men eist woningbouw voor zittende buurtbewoners en knokt tegen de afbraak van betaalbaar wonen en het bouwen van nog meer dure appartementen, kantoren of hotels. Het al oude voorbeeld van de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt waar krakers samen met resterende buurtbewoners met succes knokten tegen sloop en de aanleg van een kantoorgebied is nog steeds het beste. Ook worden er beeldbepalende of monumentale panden gekraakt die men liever niet verminkt of gesloopt ziet worden. Raaks in Haarlem of de Heilige Hartenkerk in Breda zijn hier een mooie voorbeelden van. De kraak van de Heilige Hartenkerk was gericht tegen de sloop. Hoewel de krakers het voormalige altaar gebruikten als keukenblok hadden ze in overleg ruimte gelaten voor het vieren van de eucharistie door katholieken die ook tegen de sloop waren. Uiteindelijk werd bepaald dat het een rijksmonument betrof en dat de kerk niet gesloopt ging worden als gevolg van gebundeld verzet tegen de sloopplannen.

Hoewel menig kraker een warm plekje heeft voor mooie oude gebouwen en er vaak met een eigen soort respect mee wordt omgegaan (de eigenheid zit ‘m vaak in de kleuren verf die er gebruikt worden onder het motto ‘Nu zit er tenminste verf op’), hebben niet alle krakers monumentenzorg als eerste prioriteit. Sterker nog, mensen die knokken tegen de woonnood stellen nog wel eens dat die ouwe zooi wat hen betreft gesloopt zou mogen worden als er maar betaalbare woonruimte voor in de plaats komt. Het probleem van als monument erkende gebouwen is ook dat bij verhuur hier een hogere huurprijsberekening toegepast wordt. Behoud is soms goed voor de stad uit esthe- tisch en/of historisch oogpunt, maar niet altijd even best voor de betaalbaarheid. Soms zijn pleidooien voor de monumentaliteit dus niet meer dan gelegenheidsallianties met monumen- tenzorgers.

Gebruik boven bezit

Al regelmatig is de betaalbaarheid en beschikbaarheid van wonen voor iedereen aangestipt. Voor veel krakers is dit voldoende rechtvaardiging om met het begrip eigendom van onroerend goed flexibel om te gaan. Sommige krakers vinden dat eigenaren alle rechten op hun eigendom verspelen als ze er niet met enige maatschappelijke verantwoording mee om gaan. Dat wil zeggen dat krakers veelal niet het idee hebben dat eigendom een absoluut iets is. Waarom zou iemand drie ongebruikte fietsen jarenlang in het overbezette fietsenrek mogen plaatsen terwijl je ze er alleen voor de heb hebt staan? Gebruiken die handel, openknippen of openbreken, zeker als je zelf geen fiets of huis kan bekostigen. Let wel de schrijver van dit stukje beschouwt een fiets en een dak boven het hoofd als eerste levensbehoefte wat de rechtvaardiging voor het openbreken van lang ongebruikt goed een stuk logischer maakt.

De bal terugkaatsend kan je stellen dat krakers die maatschappelijke verantwoordelijkheid dus overnemen van de eigenaar en moeten zorgen voor de staat en het gebruik van het pand. Weer anderen vinden dat de overheid dit zou moeten doen. Met name de SP gebruikt regelmatig het kraken als actiemiddel om druk op deze overheid te zetten. Zij vinden bijvoorbeeld dat kraken verboden dient te worden als de woonnood voor iedereen is opgelost. Deze handleiding gaat er van uit dat kraken goed gebruikt kan worden voor het maken van een politiek en sociaal punt en dat kraken sowieso altijd moet kunnen zolang er (zicht op) structurele leegstand is. Het gaat om gebruik, naast de mogelijkheid hier een eigen invulling aan te geven.

Eigen invulling

Soms is het geven van een eigen invulling aan een pand een doel van het kraken, vaak ook is het een gevolg. Zo is het vormen van een woongroep een ideale strategie om een pand snel van de basisbehoeften te voorzien. Grote panden hoeven in dat geval maar 1 of enkele keukens, douches en wc’s. Daar komt bij dat je als groep makkelijker betrokken blijft bij het reilen en zeilen van een pand. Dit is met name in gekraakte situaties handig omdat je sneller op 1 lijn komt te zitten dan wanneer je met individuele huishoudens te maken krijgt. Ook kiezen mensen er los van deze praktische voordelen soms voor om een woongroep te vormen als strategie tegen verdere individualisering.

Naast het wonen wordt er ook gekraakt voor allerlei activiteiten. Meestal gaat het om ruimte te verkrijgen voor kunst, cultuur, politieke activiteiten of consumptie.Vaak worden deze activiteiten vorm gegeven door informele low- of no-budgetorganisaties om op die wijze de commerciële cultuur te doorbreken en een socialer alternatief neer te zetten. Voorbeelden zijn kraakacties ten behoeve van weggeefwinkels, politieke cen- tra, ateliers, cafés, restaurantjes, concertpodia etc. De reden om te kraken is de onmogelijkheid om passende ruimtes te huren of kopen of de geleverde diensten zo goedkoop mogelijk te houden. Soms komen uit dergelijke initiatieven loonvormende activiteiten voort, iets dat gemeentelijke overheden graag zien. Dit is echter lang niet altijd het doel van de betrokkenen.Veel meer is het doel om zogenaamde vrijplaatsen te creëren waar vrijheid, activisme, buurtbetrokkenheid, kunst en gezelligheid elkaar kruisbestuiven waardoor er plekken ontstaan waar alter- natieven realiteit zijn en waar iemand nog eens voor een ver- rassing kan komen te staan.

Het meest krachtige maar ook meest eisende concept is een woonwerkpand. Hier vindt het wonen en werken van de betrokkenen plaats in één pand. De functiemenging kan zorgen voor een grote levendigheid en menig initiatief makkelijker maken omdat er al vele handen en schouders en veel ervaring/ kennis in een gebouw aanwezig is. Ook kunnen hier, parallel aan het voorbeeld van de bouw van keukens in woongroeppanden, meerdere organisaties gebruik maken van dezelfde voor- zieningen. Hierdoor is het het aanschaffen of aanleggen van die voorzieningen een minder grote last voor de individuele activiteiten. Bekende woonwerkpanden zijn de Grote Broek (Nijmegen), de Vloek (Den Haag), de Oude Mariposa (Amersfoort), Landbouwbelang (Maastricht), Joe’s Garage/ps43 (Amsterdam), de Valreep (Amsterdam) en de Pino en Bambara (Groningen).

Nog meer gekraak

Er wordt ook gekraakt vanuit activistisch oogpunt waarbij de krakers zelf geen direct eigen belang bij de ruimte hebben. Een goed voorbeeld hiervan zijn de ‘We are Here’ kraakacties van de Vluchtkerk, Vluchtkantoor en de Vluchtgarage in Amsterdam en de Sportlaan in Den Haag, voor vluchtelingen die volgens de Nederlandse wet oa geen recht op onderdak meer hebben. Krakers doen bij deze acties waar ze goed in zijn: een pand uitzoeken en een pand kraken. Na de kraak wordt het pand overgedragen aan de vluchtelingen zelf en ondersteunende organisaties en individuen. Op die manier weten krakers perfect hun steentje bij te dragen aan een keten van steun aan vluchtelingen waardoor het voor die mensen toch nog mogelijk blijft in Nederland te verblijven.

Ook het kraken van land mag niet onvermeld blijven. Hoewel dit in Nederland niet heel veel gebeurt komt dit wel voor. Een belangrijke vorm van landkraken is het kraken voor woonwagens. In de jaren tachtig was met name het Amsterdamse Oostelijk havengebied hierom bekend. Ook landkraken om actie te voeren komt met enige regelmaat voor. In de herfst van 2007 en zomer 2008 werden in de Amsterdamse Pijp succesvolle SWOMP-acties (Slimme Woonwagenbewoners Op Mooie Plekjes) gehouden. En op zo’n zelfde manier had in Oost- Groningen een groep communisten een stuk land gekraakt dat gedeeltelijk onder water gezet zou gaan worden voor aanleg van het villa-recreatieproject ‘Blauwestad’. Ook wordt er land gekraakt voor agrarische bestemmingen of zelfs voor het zelf bouwen van woonruimte. De laatste tijd is als antwoord op grootschalige consumptiecultuur en stedelijke vervreemding urban farming (stadslandbouw), guerrilla-gardening etc steeds populairder geworden. Op braakliggende bouwkavels en aller- hande terreintjes schieten dergelijke projectjes als paddenstoelen uit de grond. Soms gebeurt dit met toestemming van eigenaar of gemeente, soms ook op een op een gekraakte basis, niet zelden een combinatie daarvan.

Al zo oud als de weg naar Rome is tenslotte de motivatie om te kraken vanuit een soort nihilistische tijdsgeest. Meer en meer jonge mensen hebben het gevoel zich een beetje verloren en vervreemd te voelen in een steeds maar duurder wordende maatschappij met stijgende werkloosheid waar bezuinigd wordt op sociale voorzieningen maar waar winstmaximalisatie, com- mercie, consumptie en meer consumptie de boventoon voeren. Onder het motto ‘ik betaal godverdomme helemaal nergens meer voor’ hebben zij een soort eigen no future stijl voor de 21e eeuw ontworpen waarin geld en bezit een veel minder belangrijke rol innemen. Gekraakt wonen sluit hier in veel gevallen goed op aan. Grappig maar misschien ook niet geheel onverwacht is het wanneer types die fervent aanhanger zijn van deze stijl soms juist het hardste werken in de keuken van een gekraakt restaurantje, vooraan staan bij een actie voor vluchtelingen of zich helemaal kunnen verliezen in de buurtmoestuin.

Andere achtergrond artikelen

RUIMTEGEBREK EN HUISVESTINGSPROBLEMATIEK
LEEGSTAND EN SPECULATIE
TIJDELIJKE HUUR EN ANTI-KRAAK