JURIDISCH

Het is natuurlijk zaak om zo ver mogelijk van de rechtzaal weg te blijven. Maar het is zeker wel verstandig enige kennis van juridische zaken te hebben. Dit sterkt je in discussie met politie, politiek en anderen die zich met je zaak bemoeien en natuurlijk voor jezelf om beter inzicht te krijgen op je win kansen. Als je zelf echt goed bent met juridische zaken kun je besluiten deze zaken zelf te gaan regelen: in andere gevallen is het verstandig om juridische ondersteuning te vragen van een advocaat.Voor dergelijke ondersteuning van een advocaat kan door je advocaat rechtsbijstand (een toevoeging) aangevraagd worden waardoor een aanzienlijk deel van de kosten gedekt worden. Desalniette- min wordt meestal wel om enige eigen bijdrage gevraagd. Zorg dus dat je kraakgroep of -pand een potje geld (uit een benefiet of maandelijkse bijdrage van bewoners en sympathisanten) opbouwt waaruit dergelijke kosten betaald kunnen worden.

Allright, dit hoofdstuk is taaie kost. In dit hoofdstuk leggen we in vogelvlucht uit met welke wetgeving krakers veel in aanraking komen. Als eerste gaan we in op de juridische strijd die krakers en hun advocaten hebben gevoerd tegen het kraakverbod, al snel zal duidelijk worden dat kraken nog prima kan, ook met deze nieuwe wet.Vervolgens leggen we speciaal voor de juridische nerds een vergrootglas over de wet en wordt de precieze wettelijke inhoud van het kraakverbod uitgelegd. Tenslotte gaan we nog in op de verschillende rechtsgebieden en juridische situaties waarmee krakers in aanraking kunnen komen.

7.1 Het kraakverbod, de Wet kraken en leegstand

Er bestaat tegenwoordig een kraakverbod waarmee kraken wettelijk verboden is, de wet heet officieel: ‘Wet Kraken en Leegstand’. Maar eigenlijk is dit kraakverbod alweer grotendeels achterhaald. Het Gerechtshof in Den Haag en de Hoge Raad oordeelden in november 2010 dat het ontruimen van kraak- panden op basis van het kraakverbod van Openbaar Ministerie (OM) en dus politie in strijd is met mensenrechten en dus niet zonder meer kan.

De wet gekraakt

Dit had als gevolg dat zeer kort na het in werking treden van deze nieuwe wet dit kraakverbod al ‘gekraakt’ was door kra- kers en hun advocaten, de wet werd, in juridisch jargon, ‘kapot geschoten’. Dit was een echte juridische overwinning voor krakers en maakte het mogelijk dat ook met een wettelijk kraak- verbod nog steeds prima gekraakt kan worden.

Namelijk direct na het in werking treden van het kraakverbod, op 1 oktober 2010, hebben een aantal kraakpanden rechtzaken aangespannen tegen ontruimingen op basis van deze nieuwe wet. Het ging in deze zaken over het ontruimen van kraakpanden via de strafrechtelijke weg. Krakers stelden dat slechts tot ont- ruiming mocht worden overgegaan nadat een strafrechter had vastgesteld dat er sprake is van het plegen van een strafbaar feit. Verder stelden de krakers dat een ontruiming zonder tussenkomst van een rechter in strijd is met het ‘huisrecht’ zoals vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

De vraag in deze zaak was dus of de politie bij verdenking van overtreding van het kraakverbod het pand direct definitief mag ontruimen en mag verhinderen dat de krakers terugkeren in het pand dat de krakers feitelijk bewoonden of dat de krakers daar- over eerst een kort geding moeten kunnen aanspannen waarin een rechter dan toetst of ontruimd mag worden of niet.

De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag had op 29 oktober 2010 geoordeeld dat een directe ontruiming op basis van het kraakverbod wel in orde was. De krakers lieten het hier niet bij zitten en zijn in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak (het OM trouwens ook). In hoger beroep heeft het Hof in Den Haag op 8 november 2010 de ontruiming van het OM en dus politie verboden (uitspraak: LJN BO3682, de gehele uitspraak, het arrest, valt op internet te downloaden). Het hof heeft beslist dat strafrechtelijke ontruiming op basis van het kraakverbod pas kan plaatsvinden nadat de krakers in kort geding de rechtmatigheid van de ontruiming hebben kunnen laten toetsen. Hier besliste het Hof het volgende:

Wat betekent dit nou…

Dit betekent dat wanneer het OM voornemens is een kraakpand te ontruimen, zij dit tijdig moet melden bij de krakers, zodat de krakers in de gelegenheid worden gesteld in kort geding te toet- sen of er sprake is van wederrechtelijk verblijven in een pand. Starten de krakers geen procedure dan kan het OM na enige tijd toch overgaan tot ontruiming van het pand. Gaan de kra- kers in hoger beroep tegen een mogelijke voor hen negatieve beslissing in kort geding, dan heeft dit geen schorsende werking en kan het OM dus toch overgaan tot ontruiming. Tegen de uitspraak van het Hof te Den Haag is cassatie ingesteld, in cassatie gaan is een procedure bij de Hoge Raad. De Hoge Raad laat echter de uitspraak van november 2010 bij het Hof in stand. De uitspraak van het gerechtshof in Den Haag wordt algemeen beschouwd als eerste echte juridische overwinning voor krakers sinds het kraakverbod.

Tijdens een kraakactie is het dus voor een politiewoordvoerder belangrijk een kopie van de uitspraak van het Hof in Den Haag (LJN BO3682) op zak te hebben om deze aan de agenten te overhandigen mochten zij overwegen direct te willen ontrui- men op basis van het kraakverbod. In plaatsen waar weinig of geen ervaring is met kraken is het handig bij een eerste kraak om een advocaat op ‘stand by’ te hebben die bij mogelijke ontruimingsdreiging de dienstdoende Officier van Justitie contac- teert en hem de uitspraak van het Hof onder de neus wrijft.

In reactie op de uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag heeft het College van procureurs generaal op 30 november 2010 beleidsregels gepubliceerd aangaande de uitvoering van de Wet Kraken en Leegstand. Hierin wordt met veel woorden verteld dat alleen ontruimd mag worden op basis van het kraakver- bod als de krakers eerst in kort geding de zaak hebben kunnen voorleggen aan de rechter.Verder worden er in de beleidsregels wel een aantal bijzondere omstandigheden genoemd waarin het OM mag overgaan tot een spoedontruiming.

Bijzondere omstandigheden en spoedontruimingen

In bepaalde omstandigheden kan worden afgeweken van de hoofdregel om ontruimingen van te voren aan te kondigen en te wachten met ontruimen tot een voorzieningenrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. In zo’n geval volgt een spoedontruiming. Dit betreft de volgende situaties:

  • de krakers worden verdacht van huisvredebreuk (138 Sr) waarbij het huisrecht van een ander wordt geschonden;
  • de krakers worden verdacht van andere strafbare feiten, ten- gevolge waarvan de rechthebbende van het pand ernstig wordt getroffen (bijvoorbeeld: een bedrijf kan door de kraak niet meer functioneren of er worden ernstige vernielingen aangericht)
  • door de wederrechtelijke bewoning ontstaat een gevaarlijke situatie of blijft deze in stand voor de krakers zelf, voor hun omgeving (bijvoorbeeld brandgevaar of instortingsgevaar) of voor bij ontruimingen betrokken personen (bijvoorbeeld door het barricaderen van panden of het aanbrengen van boobytraps);
  • er is sprake van (ernstige vrees voor) verstoring van de open- bare orde en veiligheid door de krakers, in of in de omgeving van het wederrechtelijk bewoonde pand.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de politie en OM deze mogelijkheid tot spoedontruimingen proberen in te zetten om alsnog een voet tussen de deur te krijgen. OM en politie spelen art138 (huisvredebreuk) en 138A (leegstandswet) tegen elkaar uit. Via deze ‘loophole’ denken OM en politie nieuw gekraakte panden snel te ontruimen, zonder tussenkomst van een rechter. OM en politie ontruimen in 2012 op basis van deze spoedmogelijkheid enkele panden. Eerst viel in Amsterdam de Swammerdamstraat 12 ten prooi, toen het Zeeburgerpad en vervolgens werd alles op alles gezet om Simon Stevinstraat 25 ontruimd te krijgen. Toen krakers op de Simon Stevin verzet boden wisten de smeris ter plekke niet beter dan er met een waas voor hun ogen keihard op los te meppen. De filmpjes van dit geweld in verschillende media en de groots aangepakte her- kraakactie enkele dagen later bracht de chef van de Amster- damse politie, burgemeester Van der Laan, in verlegenheid en dwongen hem tot excuses en aanpassen van beleid.

Toch weer spoed ontruimen?

Het aangepaste beleid naar aanleiding van de ontruiming en herkraak van de Simon Stevin heeft inderdaad geleid tot terug- houdender politieoptreden bij kraakacties in het Amsterdamse. Maar het slinkse OM probeert in 2014 spoedontruimingen toch weer in praktijk te brengen. Ergens begin februari 2014 kwam de politie bij het pas gekraakte Ellermanstraat 33 te Amsterdam langs om mee te delen dat, hoewel ze nog geen juridische grondslag hadden kunnen vinden, ze de krakers binnenkort toch echt zouden gaan spoed ontruimen. Omdat er geen sprake kon zijn van gevaar voor bewoners of omwonenden, geen huisvredebreuk gepleegd is, en er geen openbare ordeverstoringen zijn, mag er natuurlijk niet spoed ontruimd worden. De politie zei dit toch echt te gaan doen. De krakers wilden hier dan ook niet voor wijken en hebben met behulp van hun advocaten een kort geding aangespannen tegen deze spoedontruiming. De krakers en advocaten zagen een dergelijke procedure tegen de voorge- nomen spoedontruiming wel zitten aangezien zo hoogstwaarschijnlijk voor krakers positieve jurisprudentie gecreëerd kon worden waarin bevestigd zou worden dat spoedontruimingen in deze gevallen niet deugen en geen rechtmatige middelen zijn.

Echter werden de advocaten korte tijd voor het kort geding door de landsadvocaat, die de zaak namens het OM en de Staat zou voeren, gebeld met de mededeling dat de Ellermanstraat niet ontruimd zou gaan worden. Dit was een bewuste tactische zet van het OM zodat hierdoor het belang voor het voeren van de rechtzaak verloren is en er dus ook geen (voor de krakers gunstige) uitspraak en dus jurisprudentie zou komen.

Politie kwam overigens enkele dagen later aan de krakers vertellen dat de krakers alles verkeerd hadden begrepen. De politie was het opeens eens met de krakers dat er geen reden was voor spoedontruiming. Het woord ‘spoedontruiming’ zouden ze niet gebruikt hebben, zelfs het woord ‘ontruiming’ niet. Jaja haha! Zo kan ie wel weer.

Op 22 april 2015 heeft de rechtbank met een uitspraak in bodemprocedure   (zaaknummer   C/09/463080/HAZA14-1410) de juridische mogelijkheden tot spoedontruimen voor de politie ernstig beperkt. De rechtbank komt tot de conclusie dat spoedontruimen niet mag tenzij de krakers het huisrecht van een ander schenden.

Naast dat dit hele verhaal duidelijk aangeeft dat er met een kraakverbod zeker nog mogelijkheden genoeg zijn om te kraken en gekraakt te wonen geeft dit verhaal ook nog wat anders aan. Namelijk dat je niet op je kont kunt zitten en wachten totdat het recht je brengt waar je recht op hebt.Al de mogelijkheden die er nu zelfs met een kraakverbod zijn om toch te kraken en gekraakt te wonen zijn door krakers zelf afgedwongen door te procederen en door actie te voeren. Dit zal in de toekomst niet anders zijn. Je zult als kraker bovenop de zaak moeten zitten en alles goed in de gaten moeten houden en als de situatie dat verlangt snel en adequaat moeten handelen niet bang zijn om een keer klappen te krijgen en niet bang zijn om af en toe figuurlijk terug te slaan.

7.2 de wet onder een vergrootglas

De Wet Kraken en Leegstand omvat een aantal wetsartikelen. Allereerst moet hier genoemd worden art. 138a WvSr. De tekst luidt als volgt:

  1. Hij die in een woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar vertoeft, wordt, als schuldig aan kraken, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
  2. Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevange- nisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
  3. De in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.

De betekenis van artikel 138a

  1. a) Door de plaatsing van het artikel in het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht is kraken een zogenaamd misdrijf. Dit betekent o.a. dat er voorlopige hechtenis mogelijk is bij verden- king van het plegen van dit delict, hetgeen een voorwaarde is om in verzekering gesteld te kunnen wor Daarnaast heeft de arrestant reeds voor het eerste verhoor recht op een advocaat. Bij misdrijven geldt dat de daaropgestelde maximale gevangenisstraf met een derde kan worden verhoogd indien tijdens het plegen van het feit nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds betrokkene is veroordeeld tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf (artikel 43a Sr). Het deelnemen aan een organisatie die het plegen van strafbare feiten tot oogmerk heeft – op welke deelname maximaal zes jaar gevangenisstraf is gesteld – is alleen strafbaar als die strafbare feiten misdrijven zijn (artikel140 Sr). Daardoor ontstaan ruimere mogelijkheden om op te treden tegen krakers die recidiveren en die een gestructureerd samenwerkingsverband vormen dat op het kraken van panden is gericht. Tot slot is medeplichtigheid aan kraken strafbaar, als- mede een poging tot kraken.

  1. b) Artikel 138a spreekt van vertoeven.Vertoeven is het ergens zijn. Het maakt dus niets uit of je ergens woont of op bezoek bent. Ook maakt het niet uit of jij het pand zelf gekraakt. De bedoeling van de wet is dat het ook strafbaar is om in een pand te vertoeven dat vóór 1 oktober 2010 gekraakt is. Het vertoeven moet wederrechtelijk zijn.Veel krakers leggen dit zo uit dat als zij een (mondelinge) overeenkomst hebben met de eigenaar van hun kraakpand, zij niet wederrechtelijk vertoeven in het pand. Echter indien de eigenaar deze overeenkomst eenzijdig opzegt is de afspraak niet zo veel meer waard. Naar het oordeel van het gerechtshof Amsterdam in haar uitspraak van 1 maart 2011 kan er ook gesproken worden van vertoeven met betrekking tot personen die in het door hen gekraakte gebouw wonen maar zich ten tijde van de ontruiming van de woning of het gebouw, als bedoeld in de artikelen 138 en 138a Sr, voor korte termijn elders bevinden. Het woord ‘ver- toeven’, het zich (voor enige tijd) ophouden, heeft in artikel 551a Sv (zie hieronder) immers dezelfde betekenis als ‘ver- blijven’, waaronder, aldus Van Dale, wordt verstaan: ‘enige tijd wonen’, een betekenis die duidelijk een ruimere omvang heeft dan enkel feitelijk ter plaatse zijn. Het hof wijst er voorts op dat, voor zover het gebruik van het woord ‘vertoeven’ al tot enige onduidelijkheid zou kunnen leiden, het op grond van de strekking van de wetsgeschiedenis, die immers op niet mis te verstane wijze tot uitdrukking brengt dat artikel 551a Sv een strafvorderlijke bevoegdheid biedt voor de ontruiming van gekraakte panden, het voor krakers duidelijk is geweest dat door de ontruiming de aan hen toebehorende voorwerpen zouden worden verwijderd en aan hun huisrecht feitelijk een einde zou worden gemaakt.

Het gegeven dat artikel 551a Sv ook grondslag biedt voor de ontruiming van de woning van een tijdelijk niet aanwezige kraker, leidt wel tot de noodzakelijk te stellen eis dat de ontruiming tijdig vooraf aan de kraker wordt medegedeeld. Alleen dan zal voor deze kraker voldoende duidelijk zijn dat binnen afzienbare tijd zijn huisrecht feitelijk wordt beëindigd. In dit verband dient te gelden dat de kraker die tijdelijk afwezig is ervoor zal heb- ben te zorgen dat mededelingen die tijdens zijn afwezigheid aan hem worden gedaan, hem bereiken.

  1. c) Lid 2 van artikel 138a spreekt van middelen geschikt om vrees aan te Dit is een zeer vage omschrijving. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel wordt slechts één voorbeeld gegeven ter uitleg van deze frase, namelijk het geval waarin een kraker bij een ontruiming dreigt een voorwerp uit het pand te vernielen. Het is afwachten op rechterlijke uitspraken voor een nadere invulling van dit 2e lid.
  2. d) De straffen zijn maximIn het verleden vielen straffen, zeker voor kraakacties, veel lager uit. Voorwaardelijke boetes van ongeveer 250 euro waren gebruikelijk. Bij de eerste veroordeling op grond van dit artikel op 26 november 2010 werden 6 krakers door de rechtbank Utrecht veroordeeld tot 40 uur werkstraf, te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Een tweede belangrijk nieuw artikel dat voortkomt uit de Wet Kraken en Leegstand is art. 551a Wetboek van Strafvordering. De wettekst luidt als volgt:

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats betreden. Zij zijn bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk ver- toeven, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of te doen verwijderen.

De betekenis van artikel 551a:

  1. a) De politie mag alle panden betreden waarvan zij denkt dat er zich personen wederrechtelijk vertoev Bij een (mondelinge) afspraak tussen eigenaar en krakers zou er dus geen sprake zijn van wederrechtelijk vertoeven en mag de politie het pand dus niet betreden. De rechter kan beoordelen of er sprake is van wederrechtelijk vertoeven (zie hieronder bij rechtspraak). De Rechtbank Utrecht besliste op 2 maart 2011 dat van weder- rechtelijk vertoeven geen sprake kan zijn indien het OM de stelling van de krakers, dat zij toestemming van de eigenaar zou- den hebben het pand te gebruiken, onvoldoende weerspreekt. Een enkele aangifte van de eigenaar is volgens de voorzienin- genrechter onvoldoende om de rechtmatigheid van de voorgenomen ontruiming vast te stellen.
  2. b) Het lijkt erop dat de politie alles en iedereen mag verwij- deren uit een pand bij verdenking van kraken, voor zover een rechter niet anders heeft Het Hof Amsterdam stelt in haar arrest van 1 maart 2011 echter grenzen aan het verwijderen van goederen uit een pand bij ontruiming. Het hof stelt dat er nadere regelgeving (lees: beleidsregels OM) moet komen met betrekking tot de bescherming die artikel 1 Eerste Protocol EVRM biedt. Zeer bijzondere omstandigheden daargelaten zal een niet aangekondigde verwijdering van de aan de krakers in eigendom toebehorende zaken in het kader van een ontruiming op de voet van artikel 551 Sv immers een ontoelaatbare inbreuk maken op de door het artikel 1 Eerste Protocol gegeven bescher- ming van het (ongestoorde genot van het) eigendomsrecht. Indien echter een deugdelijke voorafgaande aankondiging van de ontruiming plaatsvindt is daarmee naar het oordeel van het hof voldaan aan de door artikel 1 Eerste Protocol EVRM verlangde procedurele waarborgen. Het is vervolgens aan de kra- kers om hun, gezien het bepaalde in artikel 138 en 138a Sr, zich illegaal in het pand bevindende voorwerpen zelf te (doen) verwijderen. Het hof gaat er vanuit dat op zo zorgvuldig mogelijke wijze met in het pand aangetroffen voorwerpen zal worden omgegaan en dat de redelijk mogelijke moeite wordt gedaan opdat de verwijderde voorwerpen aan de eigenaar zullen wor- den (kunnen) terug geven. Het gaat hierbij overigens alleen om voorwerpen die eigendom zijn van de bewoners.

7.3 rechtsgebieden

Binnen het recht waarmee krakers in aanraking komen, kunnen we drie verschillende rechtsgebieden onderscheiden. Name- lijk het strafrecht, het civielrecht en het bestuursrecht. Bij veel mensen zullen deze termen misschien onbekend zijn of is het onduidelijk wat deze drie rechtsgebieden inhouden en waarin ze van elkaar verschillen. Daarom zullen we kort een toelich- ting geven, aan het einde van het hoofdstuk behandelen we nog even kort de term jurisprudentie.

Strafrecht

Kenmerkend aan strafrecht is dat het hier gaat om wettelijke verboden waarop de overheid een straf heeft gezet. Je kunt bijvoorbeeld denken aan diefstal of vernieling maar tegenwoordig ook aan kraken. De overheid draagt de zorg voor de naleving van deze wetten en voor de vervolging bij overtreding. Zo kan de politie bijvoorbeeld iemand arresteren wanneer die betrapt wordt bij het openbreken van een deur. De politie zal deze per- soon dan meenemen naar het politiebureau, waarna het Openbaar Ministerie (OM) de persoon zal proberen te vervolgen voor bijvoorbeeld vernieling. Ook kan een burger bij de politie aangifte doen wanneer hij vindt dat deze wetten tegenover hem overtreden zijn. De politie draagt dan zorg voor verder onder- zoek en mogelijke vervolging. De twee belangrijkste straf- rechtartikelen voor krakers art 138a en art 551a zijn hierboven behandeld.

Civielrecht

Het civielrecht wordt ook wel privaatrecht of burgerlijkrecht genoemd. In het civielrecht worden de relaties tussen burgers onderling geregeld. Bijvoorbeeld de relatie tussen een huisbaas en krakers of tussen huisbaas en huurders. Maar ook tussen twee buren bij onenigheid over bijvoorbeeld de plaatsing van een schutting. De Rijdende Rechter op TV, misschien wel bekend, behandelt civiele zaken. Belangrijk om te weten is dat niet alleen natuurlijke personen, mensen van vlees en bloed, deelnemen aan civielrecht maar ook rechtspersonen zoals BV’s, stichtingen en verenigingen. Kenmerkend voor civielrecht is dat de burgers of rechtspersonen zelf verantwoordelijk zijn, ook als een van de partijen zich niet aan de regels houdt. Het initiatief in het civiel recht ligt bij de partij die zich onrechtvaardig behandeld voelt. Die partij kan de andere partij voor de rechter dagen en de rechter zal dan als objectief en onafhankelijk persoon uitspraak moeten doen.

Het civielrecht is in geval van ontruiming vaak niet meer aan de orde, huisbazen zullen in veel gevallen neigen een strafrech- telijke ontruiming voor elkaar proberen te krijgen op basis van de Wet Kraken en Leegstand. Het kan zijn dat het Openbaar Ministerie (OM) bij monde van de OvJ om wat voor reden dan ook geen trek heeft in het strafrechtelijke traject, immers moet het OM met de Wet Kraken en Leegstand strafrechtelijk de kooltjes uit het vuur halen voor de huisbaas.Als het OM niet tot vervolging over gaat zal een huisbaas zijn toevlucht tot een civielrechtelijke procedure moeten nemen.

Binnen het civielrecht kunnen krakers gedagvaard worden door een ‘eisende partij’ om in kort geding te verschijnen, ook kan een eisende partij een bodemprocedure aanspannen. Hiervoor hoort een kraker een dagvaarding uitgereikt te krijgen of in de brievenbus aan te treffen. Daarnaast moet de rechtszaak in de krant, meestal een regionale, aangekondigd worden. De tegenpartij moet moeite doen je naam te achterhalen, bijvoorbeeld uit het bevolkingsregister. Indien de naam niet vastgesteld kan worden, kan hij overgaan tot anoniem dagvaarden. Wil je je echter (laten) verdedigen in de rechtszaal, zal je een naam moeten geven.

De eisende partij moet voor een kort geding een voldoende spoedeisend belang bij een ontruiming aannemelijk kunnen maken. Er hoeft dus niets bewezen worden en het is aan jouw om de spoedeisendheid dan wel het belang onderuit te halen. Is er sowieso geen spoedeisend belang maar wil de eigenaar iets anders civielrechtelijk eisen dan moet er een bodemprocedure aangespannen worden. In geval van ontruiming neemt een huisbaas over het algemeen zijn toevlucht tot een strafrechtelijke ontruiming op basis van de Wet Kraken en Leegstand art 138a.

In een kort geding of bodemprocedure kan jurisprudentie weer de nodige onderbouwing geven aan jouw verhaal, het is echter niet zaligmakend. Het is in ieder geval van belang je zaken goed uitgezocht te hebben. Ook al doet de advocaat voor jou het woord, je kan altijd zelf nog de politieke of sociale kant van je zaak toelichten. Geef aan hoe groot de woonnood is, wat voor een boef de eigenaar misschien wel is, hoe slecht hij met zijn bezit omgaat, etc.etc. De rechter in een civiel kort geding maakt een belangenafweging.Welk belang weegt het zwaarst? Die van de eigenaar of die van de krakers? Vaak is het voor de krakers niet zo moeilijk te bewijzen dat de eigenaar geen belang heeft; hij heeft geen concrete plannen met het pand; hij komt met een nep-huurcontract aankakken of hij heeft nog veel meer panden in eigendom waarvan een flink deel leegstaat. Echter naast het onderuit halen van het belang van de eigenaar in de rechts- zaak moet je als kraker ook je eigen belang in de rechtszaal naar voren brengen. Dit wordt nogal eens vergeten, waardoor de eigenaar de zaak alsnog wint. Het is dus van belang dat je een goed persoonlijk verhaal op papier weet te zetten, waarmee je de rechter kan overtuigen.

De verliezende partij wordt over het algemeen tot betaling van de kosten van het kort geding veroordeeld. In praktijk wor- den deze kosten bijna nooit daadwerkelijk op krakers verhaald. De meestal verliezende partij, de krakers, worden ook nog eens tot ontruiming veroordeeld. De uitspraak is in veel gevallen pas enkele weken na het kort geding en dan krijg je in de uitspraak nog een oprottermijn, hoewel deze in de praktijk vaak al geslonken is tot een paar dagen. Die paar dagen beginnen pas te tellen na betekening van het vonnis.

Vreemd genoeg wordt door eigenaren vaak gevraagd het vonnis voor een aantal maanden te laten gelden: een zogenaamde anti-kraaktermijn. Ofwel, als het opnieuw gekraakt zou worden door de gedagvaarde partij zou het vonnis, de ontruiming, weer uitgevoerd mogen worden. Dit is in schril contrast met het spoedeisende belang eigenaren in een kort geding aanvoeren. Je bent hierbij wel afhankelijk van het humeur van de rechter. De ene keer wordt de ‘anti-kraaktermijn’ door de rechter geweigerd, omdat dit het spoedeisend belang onderuit zou halen. De andere keer wordt de ‘anti-kraaktermijn’ verleend, terwijl de eigenaar er niet eens om had gevraagd.

Indien de krakers nadat het vonnis geldig is geworden in geval van ontruiming niet vrijwillig vertrekken kan de eigenaar politiebijstand vragen om tot ontruiming over te gaan. In zeer zwaarwegende gevallen kan de burgemeester besluiten om de politiebijstand uit te stellen of niet te verlenen. Dat zwaarwegende geval zul je er natuurlijk wel zelf van moeten maken.

Bestuursrecht

Met besturen wordt het ordenen van de samenleving bedoeld, jaja. Het bestuursrecht geeft regels voor de wijze waarop de overheid met haar burgers moet omgaan. Onder het bestuursrecht valt bijvoorbeeld het verstrekken van een uitkering of het verlenen van bouw- of sloopvergunningen. De belangrijkste wet op het terrein van bestuursrecht is de Algemene Wet Bestuursrecht. Deze wet geeft overheidsorganen een groot aantal regels voor de uitoefening van hun bestuurstaak. Ook staat er in deze wet wat een burger op het juridisch vlak kan doen wanneer die het niet eens is met een besluit van de overheid. Er staat bijvoorbeeld hoe een burger een bezwaarschrift kan indienen en waar een burger in beroep kan gaan tegen een besluit van de overheid. Belangrijk om te weten is dat het bestuursrecht alleen betrekking heeft op de bestuurlijke taken van de overheid.Wan- neer de gemeente Alkmaar bijvoorbeeld twee klimrekken koopt om op een pleintje te zetten en deze vervolgens bij de leverancier niet betaalt, dan is dat een civiele zaak tussen afnemer en leverancier omdat het kopen van paaltjes geen bestuurlijke taak is. De overheid heeft hier dan dezelfde rechten en plichten als elke andere burger.

Op verschillende momenten kun je dus met het stadbestuur/ de gemeente te maken krijgen. De gemeente geeft bijvoorbeeld (ver)bouw- en sloop vergunningen af, handhaaft het bestem- mingsplan en gemeentelijke (woon)verordeningen. Je kan als burger invloed proberen uit te oefenen op deze besluiten door middel van het aanspreken van gemeenteraadsleden en hopen dat zij de kastanjes voor je uit het vuur halen. Je kan dit ook via de officiële weg doen door de situatie via een raadsadres in te dienen, hierdoor krijgt de raad de situatie onder ogen en zullen ze het in de regel agenderen voor een raadsvergadering. Tijdens een dergelijke raadsvergadering kun je je verhaal uit komen leggen door middel van het inspreken in de raad. Hoe de rompslomp rond raadsadressen en inspraak in jouw gemeente geregeld is lees je terug op de site van je gemeente. Deze par- lementaire inspraak mogelijkheden werken natuurlijk het beste als je deze inspraak versterkt met actie voeren en publiciteit zoeken etc. We raden je ook aan om aansluiting te zoeken bij andere groepen die mogelijkerwijs ook tegen de voorgenomen plannen zijn, samen sta je sterk.

Ook kan je het schriftelijke inspraak- en bezwaarcircus induiken. We gaan hier kort in op bezwaren tegen een bouw- of sloopvergunning en geven een stramien van bezwaar volgens de Algemene Wet Bestuursrecht.

Bezwaar tegen (ver)bouw- en sloopplannen.

Wanneer de eigenaar van een gekraakt pand plannen gaat ont- wikkelen en bijvoorbeeld een verbouwing wil doen of het pand wil gaan slopen dan moet hij eerst een vergunning hiervoor aanvragen. Tegenwoordig zijn dergelijke vergunningen voor bouw of sloop allemaal samengepakt binnen de ‘Omgevings- vergunning’, de omgevingsvergunning heeft een overkoepeld aanvraagformulier voor een vergunning waarop dan weer spe- cifiek aangegeven moet worden of het om bijvoorbeeld sloop of bouw gaat. De afdeling ruimtelijke ordening van de gemeente behandelt deze aanvraag. Eerst moeten deze plannen openbaar gemaakt worden. Dit gebeurt op de gemeentelijke website maar ook onder de gemeentelijke aankondigingen in een huis-aan- huis blad dat relevant is voor de betreffende streek, wijk of stad. Zorg dus dat je deze aankondigingen goed in de gaten houdt. Wanneer je te laat merkt dat er plannen zijn voor je pand of buurt laat je vaak essentiële kansen liggen om deze plannen tegen te houden of te beïnvloeden. Hieronder zullen we stapsgewijs vertellen hoe het traject loopt en wat je kunt doen wanneer je het niet eens bent met de plannen.

Wanneer je lucht krijgt van aangevraagde vergunningen en dus van de plannen is het belangrijk, wanneer je dat nog niet had gedaan, om contact te leggen en je mogelijk te verenigen met buurtbewoners wiens huis ook in de plannen is opgenomen of die anderswijs betrokken zijn. Samen sta je sterker.

Als de (aanvraag) omgevingsvergunning gepubliceerd wordt staat hierbij vermeld dat binnen een bepaalde termijn ‘een- ieder bedenkingen tegen deze aanvraag kan indienen’. Je kunt de aanvraag dan inzien bij de afdeling ruimtelijke ordening van de gemeente en (schriftelijk) je zienswijze met betrek- king tot de plannen naar voren brengen. Deze procedure is gratis.

Burgemeester en Wethouders, het dagelijks bestuur, moeten nu bij het al dan niet verlenen van de vergunning jouw ‘zienswijze’ in de afweging betrekken. Stel je hier echter niet al te veel van voor; over het algemeen hebben de stadbestuurders in de praktijk geen enkele boodschap aan wat inwoners van de stad nu eigenlijk zelf vinden.

Als de vergunning eenmaal verleend is, wordt dit ook gepubliceerd in de gemeentelijke aankondigingen. Er wordt dan een termijn gesteld waarbinnen belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen het verlenen van de vergunning. Ook deze procedure is gratis. Als je wilt kun je binnen de gestelde termijn de verleende vergunning en bijbehorende papieren inzien bij de afdeling ruimtelijke ordening. Ben je het niet eens met het verlenen van de vergunning, dan kunt je nu een bezwaarschrift indienen.

Na verloop van tijd zal je bezwaarschrift behandeld worden door de commissie voor de bezwaar- en beroepsschriften. Deze commissie adviseert B&W met betrekking tot je bezwaren. Tijdens de (openbare) zitting van deze commissie krijg je de mogelijkheid om je bezwaren mondeling toe te lichten. Dit hoef je niet te doen, dit mag je doen.

Wanneer je bezwaren worden afgewezen en de vergunning dus in stand blijft, kun je nog in beroep bij de rechtbank. Deze pro- cedure is niet gratis. Wil je in beroep gaan dan is het raadzaam advies van een advocaat/jurist te vragen.

Waar kan je bezwaar zoal over gaan? Een bouwplan moet voldoen aan allerlei eisen, zoals het bestemmingsplan, de bouwverordening, houdt het voldoende rekening met de monu- mentaliteit (indien het pand geregistreerd staat als monument dient er ook een monumentenvergunning te zijn) en worden er geen andere wetten overtreden als het plan wordt uitgevoerd. Een voorbeeld is het bezwaar tegen bouwplannen rondom de Kolk in Amsterdam waarbij gesteld werd dat een kraakpand niet verbouwd zou mogen worden omdat er vleermuizen in zaten, een beschermde diersoort. Dat de bezwaarmakers doelden op de krakende bewoners in het Kolk-complex te Amsterdam en niet op de gevleugelde vrienden, deed voor de procedure niet ter zake.

Wil je in dit soort procedures duiken, raden we je aan om een boek in de bieb of boekhandel op te zoeken over dit soort zaken.We waarschuwen je hier wel: taaie kost. Desondanks ver- standig omdat je dan het hele traject kan nalezen.

Altijd moet je je er op beducht zijn dat de politie en huisbazen creatieve mogelijkheden bedenken om krakers zonder lange procedures te ontruimen. Ze zoeken hier in sommige gevallen dekking onder het bestuursrecht. Deze bestuursrechtelijke ontruimingen gooien ze dan op het feit dat het bestemmings- plan de kraak niet toelaat. Bijvoorbeeld wanneer het gekraakte object, aangezien het een kantoorpand is, geen woonbestem- ming heeft. Een politiewoordvoerder van de krakers die goed is ingelezen rond de juridische kant van kraken kan hier tegen- over de cops echter vaak wel mee overweg. Daarbij is het zo dat wanneer dergelijke bestuursrechtelijke ontruimingsgronden uiteindelijk in de rechtbank getoetst worden de rechter weinig heel laat van de argumenten voor ontruiming.

Ten slotte jurisprudentie

De gegroeide juridische gewoonten, waarvan de weerslag in de ‘jurisprudentie’ gevonden wordt, voeren al gauw te ver om hier op in te gaan. Jurisprudentie is ook niet zaligmakend: het is geen vast stramien volgens welke een rechter hoort te redeneren, het is slechts de gang van zaken bij andere rechtszaken die vaak als leidraad wordt genomen. Als een lage rechtbank in eenzelfde soort zaak een ander oordeel geeft dan een hogere rechtbank eerder heeft gedaan, moet die lagere rechter wel onderbouwd een goede grond hebben. Veranderende maatschappelijke ver- houdingen in de ogen van de rechter kunnen bijvoorbeeld een aanleiding zijn om oorspronkelijke jurisprudentie te negeren.