BINNENKOMEN

Hoe eerder je binnen bent, hoe beter het is. Het binnenkomen, oftewel het ‘breken’, is voor veel mensen het deel van de kraak dat het meest tot de verbeelding spreekt. Er zijn talloze methodes om een huis binnen te komen zonder gebruik te maken van een sleutel. Daarom in dit hoofdstuk een aantal korte verhandelingen over hoe binnen te komen.

Waar naar binnen?

Veel mensen denken bij het kraken van een pand automatisch en alleen aan de voordeur. Zo ga je misschien bij je oma op visite, maar bij het kraken zit het anders.Vaak zijn er veel andere plekken waar het pand veel makkelijker te betreden is. Ramen, keukendeuren, bovenlichtjes, brandgangen op zolders, daken: allemaal zijn het potentiële toegangswegen. Je zal maar 5 minuten op een deur hebben staan ploeteren, om er daarna achter te komen dat het raam ernaast open geschoven kon worden.

Zeker op plekken waar je even de tijd hebt voordat je opgemerkt wordt heb je de mogelijkheid om je ‘binnentreden’ zo te verfijnen dat je amper of geen schade hoeft aan te richten. Ramen uit sponningen halen, pinnen uit scharnieren tikken, sloten uitboren of zelfs lockpicken – het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Realiseer je wel dat je, om het goed uit te voe- ren, vertrouwd moet zijn met je gereedschap en de te gebruiken techniek. Loop eens een paar keer met ervaren brekers mee, of oefen op een verder niet terzake doende vergelijkbare situatie. Je kunt ook eens wat gaan rond snuffelen op de slotenafdeling van de plaatselijke bouwmarkt, bekijk wat er allemaal ligt en hoe het in elkaar zit: vaak is dat hetzelfde materiaal dat mensen zelf op hun huis schroeven, dus de kans is groot dat je het nog eens tegenkomt.

Gereedschappen

Het bekendst met betrekking tot kraken, ook door het gebruik als symbool op vele posters, is uiteraard de koevoet: een stuk smeedijzer, met aan een kant een soort grove beitel en aan het andere eind een klauw. Een zeer nuttig stuk gereedschap. Het is echter niet zaligmakend: vaak zijn andere, minder lompe gereedschappen veel handiger om binnen te komen. Daarom hier een lijstje gereedschappen die in iedere “breekset” aanwe- zig zouden moeten zijn, zeker als je niet precies weet wat voor sloten of vergrendelingen je tegen kan gaan komen. Ook is hetzelfde setje vaak handig bij eerste reparaties en het inzetten van het nieuwe slot.Voor al deze gereedschappen geldt: zorg dat ze van goede kwaliteit zijn; niets is zo frustrerend (of gevaarlijk!) als gereedschap dat kapot gaat als er mee gewerkt wordt. Het loont om ietwat duurdere, goede materialen aan te schaffen.

Verder zijn apparaten als accuboren (met opgeladen accu’s!!) en bitjes en boortjes er bij, eventueel zagen (hout en ijzer), ratelsleutel (voor als je wat zwaarders dan een klein schroefje wilt draaien) en nog veel meer stukjes gereedschap handig. Maar ga niet bij iedere kraak alles wat je hebt meeslepen.

Er bestaan nog wat specialistische gereedschappen die door krakers ontwikkeld of aangepast zijn. Bijvoorbeeld de “kraakkrik” (een omgebouwde autokrik) waarmee deuren ‘open gedraaid’ kunnen worden en het “woningbouwsleuteltje” (een aan een oude schroevendraaier gelast onderdeel van een woningbouwcilinder). Er is nog veel meer mogelijk. In principe zou je de hele gereedschapskist van een slotenmaker kunnen gebruiken, maar dat gaat te ver om hier te beschrijven.

Het binnentreden zelf

Zorg er voor dat de politie niet ziet wie er eigenlijk het te kraken perceel open maakt: dit “breken” is een deel van het kraken dat per definitie strafbaar is. Soms is het nodig, gezien je omgeving, om daarvoor creatieve trucs te gebruiken. In het Amsterdamse hebben een paar krakers eens een ‘waarzegsterstent’ voor een deur gezet (met Koninginnedag).Terwijl giechelend, aangeschoten oranjeklanten schunnige toekomsten werden voorspeld (het was op de Wallen), werd achter in de tent hard gewerkt aan het stilletjes open maken van een deur. Dit soort toneelstukjes heb je bijna nooit nodig, maar vaak zijn ze wel effectiever dan grote aantallen mensen proberen te verzamelen als je op een moeilijke, opvallende plek wilt kraken.

Ook belangrijk is een alternatief plan hebben voor als je eerste opzet om een of andere reden niet lukt.

Hoe kom ik binnen? Dit is de kernvraag van dit hoofdstuk. We behandelen het stap voor stap, waar nodig geïllustreerd met foto’s of tekeningen ter verduidelijking. Zoals eerder gezegd: staar je niet blind op de deur, daarom beginnen we met ramen.

Ramen

Op de begane grond, op straatniveau, zitten ramen meestal goed dicht. Schuiframen zitten meestal met pinnen vast, klapramen hebben vaak dievenklauwen. Echter: het sluitmateriaal van ramen is vaak inferieur aan wat er op deuren wordt geschroefd, dus het breken ervan kan vaak makkelijker gaan. Lastig is echter dat wanneer het kozijn vervormt, het glas je om de oren vliegt.

Klapramen gaan bijna altijd naar buiten open, wat betekent dat de scharnieren aan de buitenkant zitten. De pinnen eruit tikken, een grote schroevendraaier tussen raamkozijn en sponning zetten, en proberen of het geheel naar buiten wil bewegen. Zo niet, dan zitten er waarschijnlijk dievenklauwen in gemonteerd. Je kan dan nog proberen of de grendelkant wel wil.

Moderne, gerenoveerde gevels met van die sjieke klap/kantel- ramen zijn meestal niet erg kraakbaar: als alles dicht zit, is er zonder veel geweld geen beginnen aan.

Schuiframen zitten op begane grond bijna altijd met pennen vast, zodat ze niet opengeschoven kunnen worden. Probeer ze even, een klein koevoetje eronder, als het raam niet meegeeft heeft het geen zin. Op de eerste verdieping ontbreken deze pennen meestal, dus met een laddertje, een koevoetje en een hamer ben je dan meestal wel binnen. Zet de koevoet afwis- selend onder de linker- en de rechterkant van het raam, tot je genoeg speling hebt om het raam met je handen omhoog te schuiven. Neem ook gereedschap mee om hindernissen binnen (dichtzittende binnendeuren) open te kunnen maken. Laat wel je mede krakers alvast het kraaksetje door het raam naar binnen- brengen: dan zit je iets veiliger wat huisvrede betreft.

Dakramen en kantelramen. De moderne varianten hiervan (de zogeheten “Velux” ramen) zijn van buiten bijna niet open te maken. Ouderwetse gietijzeren kantelramen zoals je vaak op boerderijtjes tegenkomt zijn echter weer met het grootste gemak open te maken. Vaak zitten ze alleen met hun eigen gewicht dicht. Nadeel is wel dat je over het dak er in de buurt moet kunnen komen. Bij kantelramen kantelt altijd de onderkant naar buiten en de bovenkant naar binnen, omdat anders bij regen water naar binnen loopt. Dus probeer de bovenkant naar binnen te drukken, of beter nog: de onderkant naar buiten te trekken.

Horizontale dakramen of -luiken, zoals die in de grote steden op platte daken veel voorkomen, zijn alleen handig als je al op het dak kan komen – dat betekent dat je ergens anders in het- zelfde blok het dak op moet kunnen. Ze zijn dan met enig gewrik meestal wel open te krijgen, maar dan moet je nog een paar meter naar beneden voordat je ergens op staat, en soms zit- ten ze boven het trapgat. Uitkijken dus.

Deuren

Juist omdat deuren de meest logische toegang tot een woning zijn, wordt veel aandacht besteed aan de beveiliging ervan. De keuze aan sloten, grendels en beveiligingen die je op deuren kunt aantreffen is dan ook enorm. Doordat deze sloten van buitenaf bereikbaar moeten zijn, hebben ze zwakke punten: je kan ze zien zitten, en dus zien wat voor soort het is en daar kan je je breektechniek op aanpassen.

Ook als je een pand niet via de deur kraakt, zul je de sloten meteen moeten vervangen: niet alleen vergemakkelijkt dat je eigen toegang, je weet dan ook zeker dat de eigenaar en z’n maatjes die sleutel niet hebben. Eerst een korte inventarisatie van de meest voorkomende soorten sloten en andere beveiligingen en een korte uitleg over hoe ze werken.

1. Cilindersloten.

Dit zijn de sloten zoals iedereen die wel kent.Voor de precieze samenwerking tussen sleutel en cilinder verwijzen we graag naar “Zen and the art of lockpicking”. Kortweg komt het er op neer dat je door aan de sleutel te draaien een blok (de “schoot”) de deurpost in schuift, waardoor de deur vast zit. Meestal zit er ook nog een “dagschoot”: het driehoekige stukje messing dat automatisch dicht valt als je de deur dicht doet. Als je de deur nu open wilt maken, heb je twee mogelijkheden: zorgen dat het blok naar de “open” stand schuift, of het botweg met deur en al naar binnen duwen. Van dit soort cilindersloten bestaat een drietal varianten die je vaak tegenkomt:

1a) de vaste cilinder, officieel: “oplegslot met vaste cilinder”. 


De naam zegt het al: de cilinder waar je de sleutel in steekt zit vast aan het kastje met de schoot zelf, waardoor het een geheel vor Bij dit soort sloten is het heel moeilijk om de schoot van buitenaf in de “open” positie te manoeuvreren, meestal is het openbreken van een deur met een dergelijk slot gewoon een kwestie van “buigen of barsten”.

1b) de losse cilinder, officieel: “oplegslot met losse cilinder”.


Deze ziet er van buiten bijna net zo uit als de hierboven beschreven variant. Het verschil is dat de cilinder aan de deur in plaats van het slot vastgezet is. Dit maakt het vervangen van sloten goedkoper, maar de hele slotconstructie ook wat kwetsbaarder: de cilinder kan namelijk meestal uit de deur getrokken worden, waarna het slot opengedraaid kan worden met een schroevendraaier. Meer daarover in de afdeling “hoe welk slot te lijf te gaan”

1c) de woningbouwcilinder, officieel “profielcilinder” of “euro- cilinder”.


Deze kom je steeds meer tegen, omdat het nog makkelijker en goedkoper is om sloten te verwisselen dan bij de vaste en losse cilinder. Het hele mechaniek dat de schoot bedient, zit binnenin de deur gemonteerd, en de cilinder die het mechaniek bedient zit daar dwars doorheen gemonteer Deze sloten zijn er in prijs- en veiligheidsklassen.Veel is hier- bij afhankelijk van het “beslag”, de metalen plaatjes die om het slot te beschermen op de deur gemonteerd zitten.

De bovengenoemde 3 soorten zitten meestal halverwege de deur gemonteerd, soms in combinatie met een deurkruk, die dan de dagschoot bedient. Ook kan een woningbouwcilinder soms een heel mechaniek bedienen dat 2 of meer extra pinnen in de deurpost laat verdwijnen. Als je met de verderop in dit hoofdstuk beschreven truuk de cilinder echter van slot weet te draaien, zijn die vergrendelingen ook automatisch weg.

2. Pinsloten


Deze sloten werken met een 4-zijdige sleutel, die een twee- tal metalen pinnen die de deurpost in gaan bedient. Mits goed gemonteerd zijn deze sloten redelijk stevig, en de enige manier om ze effectief open te krijgen is met geweld. Tenzij je toeval- lig slotenmaker bent, en een speciaal apparaatje er voor hebt. Gelukkig zijn er een hoop b-kwaliteit sloten van deze soort in omloop, waardoor ze vaak niet zo onoverkomelijk zijn als ze van tevoren lijken. Ze worden nagenoeg nooit als enig slot gebruikt, maar meestal als extra bijzetslot naast een van de bovengenoemde cilindersloten.

3. Veiligheidssloten

Je zou denken dat het bij ieder slot om de veiligheid gaat, maar blijkbaar is dat bij deze sloten beter geregeld dan bij andere. In feite is een “veiligheidsslot” niet veel anders dan de boven- genoemde woningbouwcilinder, met een ander, zwaarder binnenwerk in de deur en meestal wat beter beslag er om heen. Voor de manier van openmaken gelden exact dezelfde regels als voor de woningbouwcilinder: het gemak is erg afhankelijk van uitvoering en de mate van paranoia bij de persoon die het ooit gemonteerd heeft. Wel is het zo dat de uitvoering meestal wat degelijker is dan bij de standaard woningbouwcilinder: mensen die zware extra sloten op hun deur zetten, gaan dan ook meestal meteen voor “kwaliteit”.

4. Baardsloten, ook wel lopersloten genoemd

Deze sloten, enkele jaren geleden nog erg populair op keuken- en schuurdeuren, kom je bijna nooit meer als enige beveili- ging op een deur tegen. Het zijn de sloten waarvan de sleutels een “ouderwetse” sleutelvorm hebben: een steel met aan het eind een verbreding met hapjes er uit. Vanwege de inherente grofheid van de vertanding is er maar een zeer beperkt aantal varianten mogelijk, en kan je met enige goede wil de volledige collectie (genummerde!) sleutels bemachtigen, waarna het even passen is tot je de juiste voor het slot dat je open wilt maken gevonden hebt. Ze worden nog wel gebruikt voor binnendeuren, juist omdat het zo makkelijk is om aan extra sleutels te komen: ga met het juiste nummer (bijvoorbeeld “nemef 25”) naar de sleutelboer en hij pakt ‘m zo uit het schap. Dit nummer staat uiteraard niet op het zichtbare deel van het slot, zo stom is men nu ook weer niet

5. grendels

Dit zijn metalen schuiven die de deur dicht houden. Het grote nadeel ervan is dat ze alleen van de binnenkant van de deur te bedienen zijn. Ze zitten vaak als extra beveiliging op achterdeuren of keukendeuren, omdat ze goedkoop en makkelijk te monteren zijn. Ze zijn er in alle vormen, soorten en maten die je kan verzinnen.

6. kraak-, koevoet- of breekstrippen

Dit zijn stukken metalen profiel, die op de deur en deurpost worden geschroefd zodat er geen koevoet tussen gestoken kan worden. De standaard versie die in het schap ligt bij de bouwmarkt is niet erg effectief, omdat deuren meestal flexibel genoeg zijn om toch wat speling te krijgen. Soms helpen ze zelfs mee de deur intact te houden als hij eigenlijk door het geweld van het breken had moeten scheuren. Een enkele keer heeft er echter iemand over nagedacht, en dan kunnen ze een serieuze hinder- nis vormen. Soms echter zitten ze er voor spek en bonen bij: dan zit er een slot op de deur waarbij je bij het open maken helemaal niets met de kraakstrip te maken hebt; zoals een losse cilinder. Ook het ‘flipperen’ van sloten met een stukje plastic de schoot wegduwen, zoals je detectives met gleufhoeden en regenjassen het altijd met hun creditcard ziet doen in slechte films wordt door goede kraakstrippen tegen gegaan.

7. Spanjoletten

Dit zijn die vergrendelingen die je vaak op openslaande balkon- deuren ziet, met zo’n handvat dat twee metalen staafjes bedient. Deze zijn heel moeilijk open te breken, want de metalen staafjes vallen mits goed gemonteerd in metalen ogen die in de vloer en bovenste sponning zitten. Maar als je een klein gat in het ruitje naast het spanjolethandvat tikt, kan je ze wel nagenoeg altijd gewoon open maken.

Hoe pak je wat aan

Van het openmaken van deuren kan je een complete studie maken. Dat gaat hier ietwat te ver, maar enige basiskennis willen je wel bijbrengen. Het belangrijkste leer je toch in de praktijk: het snel herkennen van verschillende types en uitvoeringen van sloten, de manier waarop de deur, ramen of de sloten die je onder handen neemt reageren op jouw aandrang ze open te maken. En wanneer over te schakelen van een mislukkende techniek naar een vaak schadelijkere, maar dan wel effectieve techniek.

Hoe ramen open te maken staat al beschreven bij de beschrijving van hun verschillende verschijningsvormen, met deuren en sloten is vaak iets ingewikkelders aan de hand, reden om daar wat specifieker op in te gaan.

In feite is er voor het open maken van deuren een basistechniek die altijd wel succes heeft: bot geweld. Dankzij hulpstuk- ken als koevoeten en kraakkrikken heb je daar niet eens veel kracht voor nodig, als je die maar op de juiste plek uitoefent. Nadeel is dat het herrie maakt en meer schade aanricht. Sloten die meestal alleen met geweld zijn te openen zijn vaste cilinders en pinsloten: bij deze sloten zijn de mechanieken die de schoot bedienen zo onbereikbaar, dat van slot draaien geen optie is, en alleen fysieke overtuigingskracht en bot geweld de deur kan doen inzien dat open gaan verstandiger is.

De meest effectieve techniek is wat meestal “pootje over” genoemd wordt. Zoek een plek op de deur waar je (eventueel met wat klappen van een vuistje) een koevoet tussen deur en deurpost gewurmd krijgt, oefen druk uit op de koevoet, een tweede breker zet in die speling die je zo maakt een tweede koevoet. Zo werk je om en om naar het slot toe, waarbij de druk op de schoot steeds groter wordt. Uiteindelijk geeft nagenoeg ieder slot de strijd op, en klapt de deur met een knal open. Deze techniek werkt het beste als je hem met z’n tweeën of drieën uitvoert. Als je aan de slotzijde van de deur de koevoet er niet goed tussen kan krijgen, of er zit een kraakstrip, dan kan je langs de bovenrand beginnen met de deur naar binnen duwen, zo komt er ook speling tussen de kraakstrip waar je je tweede koevoet in kwijt kan aan de slotzijde.

Je kunt een kraakkrik gebruiken om een gedeelte van het werk van een koevoet over te nemen en daarbij veel stiller te werk gaan. Hoe je er mee om moet gaan, moet je van iemand die dat goed kan leren, anders snap je echt niet hoe het ding in elkaar steekt. Kort gezegd steek je echter een aan een speciaal model krik gelast stuk hoeklijn tussen de deur en de deurpost en draai je aan een zwengel, waardoor de deur naar binnen gedrukt wordt.

Als de onderstaande meer gespecialiseerde methodes niet lukken, of je hebt ze nog niet geoefend, is dit bovenstaande ‘pootje- over’ een techniek die iedereen snel kan toepassen.

1. De losse cilinder

Bij een losse cilinder zie je dat er een metalen ring achter de cilinder gemonteerd zit, die moet voorkomen dat het hele ding door de deur heen naar binnen wordt getrokken. Het metalen plaatje waar het ding mee vast zit is meestal niet veel meer dan een goedkoop stukje blik. Als je nu hard genoeg aan de cilinder trekt, komt die naar buiten uit de deur en kan je waar de “staart” zat een schroevendraaier in het slotkastje steken om het open te draaien.

Hiervoor ga je als volgt te werk: neem een niet te dunne, niet te dikke doorslag schroevendraaier. Sla deze tussen de ring en de deur, en wrik de ring naar voren om wat speling te krijgen. Pak een zwanenhals koevoetje, en sla de bek in de vrijgekomen ruimte. De cilinder heeft een soort “hanenkammetje”, waar de tanden van de koevoet langs glijden. Als je nu de steel van de koevoet van de deur af beweegt, komt de cilinder uit de deur, en kan je met de schroevendraaier in het ontstane gat bij de slotkast komen en het slot simpelweg opendraaien. Nota bene: sommige merken cilinders zijn bijna niet te trekken, omdat de koevoet er geen grip op kan krijgen: ze zijn glad afgewerkt in plaats van dat er een hanenkammetje op zit. Oefening baart kunst en leert je de verschillende merken herkennen.

Voor een vaste cilinder gaat eigenlijk alleen de ‘pootje-over’ methode op.

2. De woningbouwcilinder

Als je een woningbouwcilinder goed bekijkt, zie je dat er een heel fragiel gedeelte in zit; het midden, waar het “handje” zit dat het slot bedient, en waar de schroef zit die het hele ding op z’n plaats houdt. Als zo’n cilinder netjes in de deur zit gemonteerd, geeft de ombouw genoeg steun om de cilinder af te kunnen breken, al moet die daarvoor wel minstens een halve centimeter uit de deur steken.

Verwijder eerst zo veel mogelijk beslag van het slot, hierbij kan je al op bijna onoverkomelijke hindernissen stuiten als het materiaal goed van kwaliteit is. Maar voorlopig gaan we er van uit dat het lukt, dat is bijna altijd het geval. Meestal kan je een flinke schroevendraaier of een scherp, klein koevoetje tussen het beslag en de deur slaan, en het er dan afwrikken. Soms kan je het zelfs simpelweg losschroeven.

Goed, het beslag is weg. Pak nu het uit de deur stekende deel van de cilinder met een griptang of bahco goed vast stel je griptang vooraf met een andere cilinder af. Beweeg je griptang of bahco van links naar rechts en terug, en na een paar keer moet de cilin- der wel afbreken. Pak nu een punttang, en pak het “handje” uit de deur. Steek je woningbouwsleutel nu in de deur, en je draait hem ermee van slot. Je kan ook een bouwsleutel gebruiken, maar dan moet je wel het binnenste deel van de afgebroken cilinder naar binnen slaan, een schroevendraaier er op zetten en een flinke klap geven is meestal voldoende. Pas dan heb je de ruimte voor je bouwsleutel. Bij deze truuk geldt nog meer: oefening baart kunst, maar dan is hij ook voor veiligheidssloten te gebruiken, waar hetzelfde soort cilinders in gemonteerd zit.

Overigens, soms zitten deze woningbouw- of profielcilinders alleen aan de buitenkant, ze hebben geen binnenste deel. In de volksmond heet dit een “halve cilinder”. Deze zijn met de hier- boven beschreven truuk nauwelijks te breken, omdat ze geen weerstand hebben aan de achterkant. Ze zitten bijvoorbeeld op deuren die van binnenuit niet op slot mogen, zoals nooduit- gangen.

Bekijk de cilinder goed voor je begint: er staat een coderings- systeem met sterretjes op, en hoe meer sterretjes, hoe moeilijker het wordt geacht open te maken. Zo kan er een messing strip in de cilinder verwerkt zitten, waardoor deze bijna niet af te bre- ken is.Vanuit de andere kant geredeneerd: het vertelt je iets over wat je zoal aan beveiligingstrucjes in het slot kan verwachten, en hoe zwaar het beslag dat er omheen zit is.

3. pinsloten

Boven staat het al vermeld: deze zijn eigenlijk alleen met bot geweld te openen. Om het werk wat te vergemakkelijken, en de schade aan je deur te beperken, kan je het open scheuren van de deur een eindje helpen: sla met een brede, scherpe beitel een tweetal groeven in de deur, een vlak boven en een vlak onder het slot. Hierdoor scheurt het sneller en makkelijker uit de deur. Dit heeft overigens weinig zin als je ook nog te maken hebt met kraakstrippen, dan scheurt de deur niet.